Vegan Promotie

Wij supporten producten van een 100% plantaardige basis. Wij verkopen verschillende veganistische producten, zoals; plantaardige kaas, hamburgers, worsten, vis, mozzarella, alcoholische producten, medische producten en nog meer. Hier hebben we een aantal links naar websites met wetenschappelijk onderzoek naar veganistisch eten en veel gestelde vragen. Ook hebben we een aantal veganistische restaurants die zich bevinden in de stad Utrecht.

Eerst

Wat is veganisme eigenlijk?

https://www.veganisme.org/veganisme/


Nederlandstalige artikelen:

Hoe word ik veganist?

Van ziek naar gezond eten met een plantaardig dieet:

Waar haal ik mijn vitamines en voedingsstoffen vandaan?

De Vegan Challenge:

Top 10 beste vegan kookboeken:

Een paar Engelstalige websites waar veel informatie te vinden is over vegan-life-style:

Engelstalige artikelen:

How to adopt a plant-based diet with staying power (plus recipes):

Complete vegan arguments:

Veganistische restaurants in de stad Utrecht!

VEGAN BAMBOO BAR

Stationsplein 85 in Utrecht

3511 ED Utrecht

030-6330669

https://veganbamboobar.com/

SLA

Voorstraat 52

3512 AR, Utrecht

030-8788184

en

Catharijne Esplanade 45

3511 WK, Utrecht

030-760 63 73

https://ilovesla.com/


Oproer (Vegan bierbrouwerij / Café)

CAB-Rondom 90A

3534 BE Utrecht

06 83033194

https://www.oproerbrouwerij.nl/

Waku Waku

Vredenburg 28

3511 BC, Utrecht

030-310 72 28

https://wakuwaku.nl/

Van Planten / The Vegan Gorillas

Surinamestraat 5

3531 KH, Utrecht

030-274 5149

https://restaurantvanplanten.nl/

Karibu Café

Oudenoord 330

3513 EX, Utrecht

https://www.karibucafe.nl/


Angstcultuur in vleessector: slachterijwerkers zwijgen opgelegd

Artikel uit het Algemeen Dagblad, AD: https://www.ad.nl/economie/angstcultuur...

Arbeidsmigranten in de vleessector worden geregeld door intimidatie en dreigementen onder de duim gehouden. Vanwege hun angst om te praten krijgen autoriteiten nauwelijks een vinger achter misstanden. Over werknemers die elkaar verlinken, machteloze opsporingsdiensten en de vleessector die het allemaal laat gebeuren.


DEEL 1: DE SLACHTERIJWERKERS

De ringtone van de Roemeen klinkt. In de keuken van een boerderij - ergens in de buurt van Oss - verstrakt zijn gezicht meteen nadat hij heeft opgenomen. Hij kijkt gespannen naar de overkant van de tafel, waar twee journalisten vijf minuten geleden zijn aangeschoven. Daarnet zat hij nog op zijn gemak een sigaret te roken en te vertellen hoe het er in de slachterij aan toegaat, maar nu heeft hij de coördinator van het uitzendbureau aan de lijn. Die schijnt te weten dat er twee verslaggevers op bezoek zijn. De Roemeen lispelt: ,,Yes, two men from gazeta.’’ Hij hangt op en zegt dat hij weet wat hem morgen te wachten staat. ,,We moeten op kantoor komen, zeker weten.”

Het moest in een boerderij vlak bij Oss een vertrouwelijk interview worden met een groep Roemeense slachterijwerkers van Van Rooi Meat. Dat plan kan al na vijf minuten in de prullenbak. Een van de bewoners heeft geklikt, zegt de man. Het is exemplarisch voor hoe de Roemeense en Poolse arbeidsmigranten die deze krant sprak - in totaal vijftien personen - zich in de gaten gehouden voelen. ,,De muren hebben oren en ogen”, zegt een van hen. ,,Als je klikt, word je beloond.”

Het is precies die muur van zwijgen waardoor instanties zelden hun vinger achter de misstanden krijgen. Terwijl juist nu de vleessector onder een vergrootglas ligt. De afgelopen maanden moesten verschillende fabrieken dicht toen bleek dat medewerkers op grote schaal besmet waren met corona. Het zette de schijnwerpers op de leefomstandigheden van de veelal Poolse en Roemeense werknemers, die vaak dicht bij elkaar wonen, werken en reizen. Het zijn omstandigheden waarvan diverse instanties al langer voelen dat ze niet acceptabel zijn. Maar de werknemers zelf durven er niet over te praten.

Pas na veel aandringen en bemiddeling van tussenpersonen doen alsnog verschillende slachterijwerkers hun verhaal. Over de constante dreiging van ontslag, bijvoorbeeld als je je ziek meldt: wie zijn baan verliest, verliest nog dezelfde dag ook zijn onderdak en zijn zorgverzekering. Over de lange werkdagen waarbij alle uren die je tussendoor moet wachten in de kantine niet worden uitbetaald. En over de intimidatie door de chefs: ,,Bij het vorige uitzendbureau wilde ik naar een advocaat stappen omdat ik niet al mijn uren uitbetaald had gekregen”, vertelt een Roemeense. ,,Mijn coördinator was woest. Hij schreeuwde dat hij mij kapot zou maken.”

In deze leegstaande boerderij in Erp woonden voorheen 22 arbeidsmigranten. Dat bleek in strijd met het bestemmingsplan. © Koen Verheijden

Lopende band

Roemenen zijn gelokt met krantenadvertenties, overtuigd met Nederlandse salarissen. Bij grote vleesverwerkers als Vion in Boxtel en Van Rooi Meat in Helmond beginnen ze meestal aan de lopende band. Ieder is voor één handeling toegerust, de hele dag lang dezelfde snijbewegingen. ,,Soms werken we acht uur, soms twaalf uur”, vertelt een Roemeense. ,,Aan het einde van de dag heb je kramp in je hand.”

"Migranten leveren honderden euro’s salaris in voor onderdak in vaak erbarmelij­ke omstandig­he­den"

De woonomstandigheden variëren van degelijk tot erbarmelijk. In de boerderij vlak bij Oss is de penetrante geur van mest voor de veertien arbeidsmigranten nooit ver weg. En we horen de schapen blaten die in de stallen naast de boerderij leven. Het huis kom je binnen via het opzijduwen van plastic flappen. Overal hangen kleefstrips vol vliegen. Voor zo’n locatie midden op het platteland, waarbij een kamer wordt gedeeld met een huisgenoot en ze een uur moeten rijden naar hun werk, wordt in de regel grofweg 300 euro ingehouden op hun maandsalaris, waarna uiteindelijk ongeveer 1000 euro overblijft.

Werknemers durven vaak zelf niet te praten over de slechte omstandigheden waaronder zij leven. © Koen Verheijden

Het zijn dezelfde prijzen die Roemenen betalen voor de sobere, veelal verwaarloosde panden net over de grens in Duitsland, in Goch bijvoorbeeld. Bij een grootschalige controle van de plaatselijke autoriteiten bleken daarin niet 160 mensen, zoals bij de gemeente bekend, maar dik 400 mensen te wonen. Achttien mensen in een huis bedoeld voor vier, slaapkamers zonder raam. ,,Soms was er maar één douche”, vertelt burgemeester Ulrich Knickrehn van Goch. ,,Mensen vertelden ons dat ze maar om de drie dagen konden douchen. Nadat een paar huisgenoten hadden gedoucht, was het warme water steeds op. Stel je voor dat je tien uur achter elkaar in de slachterij hebt staan werken en je kunt daarna thuis niet douchen.”

Het zijn verhalen die ze ook kennen bij Rompro, een stichting die de belangen van Roemenen in Nederland behartigt en die in coronatijd een noodlijn opzette. De organisatie heeft nu dik vijftig zaken lopen: van een zeven maanden zwangere vrouw die op straat werd gezet tot iemand die vlak na ontslag een ongeluk kreeg en niet bleek verzekerd.

Het absolute dieptepunt voor mede-oprichtster Catalina Negru in de afgelopen jaren was een ongeluk in maart 2018, waarbij een werkbusje met medewerkers van Van Rooi Meat in Helmond frontaal tegen een vrachtwagen botste. Vijf Roemenen kwamen om het leven. De chauffeur, die net als de anderen de hele dag aan de lopende band had gestaan, was volgens de overlevenden van het ongeval oververmoeid na een lange dag werken - iets wat het uitzendbureau ontkent.

De overlevenden deden na het ongeluk hun beklag over uitbuiting en slechte huisvesting, één van hen deed aangifte tegen het uitzendbureau. Maar de oorzaak van het ongeluk werd nooit officieel vastgesteld en de aangifte leidde niet tot vervolging. Negru: ,,Dan begin je wel je vertrouwen in de autoriteiten te verliezen.”

Slachthuis Vion is de grootste van Nederland met een omzet van ruim vijf miljard. © Merlin Daleman

DEEL 2: DE VLEESVERWERKERS

Dit alles gebeurt tegen het decor van een sector die al jaren ronddoolt in een donkere tunnel zonder uitgang. Om de situatie enigszins te begrijpen, is het leerzaam een duik te nemen in de boeken van Vion. Het slachtbedrijf, eigendom van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), is in Nederland veruit het grootste. Met een omzet van ruim 5 miljard (ongeveer net zo veel als telecomreus KPN) zou het moeiteloos mee kunnen draaien in de AEX-index.

Maar waar een doorsnee AEX-bedrijf 5, 10 of 20 procent van zijn omzet kan cashen als winst, blijft er bij Vion onder de streep veel minder over. Een half procent om precies te zijn - en dat was de winst over 2019, voor Vion-begrippen nog een redelijk goed jaar. Als de omzet van Vion een dikke worst is, is de winst een flinterdun plakje.

Cijfers

    • Na aftrek van huur (300 euro), vervoerskosten (40 euro), zorgpremie (95 euro) en belasting blijft circa 1000 euro van het salaris over.
    • Omzet van de vleessector (in 2016): 10,4 miljard euro.
    • In de vleesverwerkende sector werken 12.000 tot 13.000 mensen.
    • Nederland telt 70 grote of middelgrote vleesverwerkers.

Vlees is, alle discussies over dierenwelzijn en milieu ten spijt, nog steeds een massaproduct. Boeren en slachters concurreren op de wereldmarkt. In de huidige situatie kunnen ze de runder- of varkenslapjes niet zonder gevolgen 10 cent duurder maken. Er is altijd wel een Duitse, Amerikaanse of Argentijnse concurrent die de consument van goedkoper vlees wil voorzien.

Daarom telt iedere cent. ,,Als je ons jaarverslag aan een econoom laat zien, lacht hij zich rot”, zegt een bron dicht bij de Vion-top. ,,Het is waanzin. Maar we zijn met zijn allen in een fuik gezwommen. De hele agrarische sector, de hele wereld. Een krop sla kost in de winkel 89 cent. Daar wordt-ie voor verpakt, gewassen, geoogst, verbouwd, bemest, geplant, alles. Dat kan natuurlijk niet hè. We moeten onszelf niet wijsmaken dat dat normaal is.”


Tegen het randje

Je moet het zo zien, zegt onze bron, terwijl hij twee evenwijdige lijnen op een velletje papier tekent. ,,Binnen die lijnen bevindt zich de ruimte die de wetgever je biedt. Daar moet je je geld verdienen. Vion moet echt tegen het randje zitten om een boterham te verdienen. Nooit erover, dat doen we niet, maar altijd ertegenaan.”

En daarin spelen de uitzendbureaus in de vleessector een cruciale rol. Grote bureaus als Horizon en Reyhan weten in welke arme streken in Europa de mensen wonen die het zware werk in de slachthuizen nog willen doen. De slachthuizen zijn afhankelijk van dat netwerk. Mochten zij al overwegen de samenwerking met de bureaus stop te zetten, dan missen ze in één klap honderden werknemers.


Controle van een werknemersbus bij Vion in Boxtel. © Marc Bolsius

Maar omdat de uitzendbureaus op hun beurt niet rijk worden van wat de slachthuizen ze betalen, zoeken zij hun winst elders. ,,Ik heb sterk het idee dat de uitzendbureaus hun geld vooral met de huisvesting verdienen”, zegt burgemeester Ulrich Knickrehn van het Duitse stadje Goch, dat de laatste jaren is overspoeld door arbeidsmigranten. Dat zien ze ook in de top van Vion. ,,Huur en vervoer is een verdienmodel geworden. En nee, dat gaat niet altijd goed.”

En dan is er nog de positie van de boeren, 100 procent eigenaar van het bedrijf, en dus feitelijk de beleidsbepalers. Tijdens de coronacrisis bleek nog eens hoe afhankelijk veehouders zijn van soepel draaiende slachterijen. Als het slachtproces meer dan een paar dagen stopgezet wordt, zitten ze met overvolle stallen. Niet voor niets dreigde de radicale Farmers Defence Force (FDF) in juni een vreedzaam protest bij de slachterij in Boxtel, ingegeven door de slechte werkomstandigheden van arbeidsmigranten, neer te slaan. Ze wilden tegen elke prijs voorkomen dat het werk in de slachterij stil zou komen te staan.

Binnen Vion leeft wel het besef dat het anders moet. Dat blijkt ook uit een officiële reactie van het bedrijf. Ook Van Rooi Meat is om een reactie gevraagd, maar het bedrijf maakt hier geen gebruik van.

Personeel bij Van Rooi Meat in Helmond. © Rob Engelaar

Bij Vion is een speciaal team opgetuigd dat de huisvesting van uitzendkrachten op de korrel heeft. ,,We zijn nu bezig met mogelijke oplossingen voor huisvesting, vervoer, salarisbetalingen en zaken als borg. Dit doen we in overleg met onze bureaus en de gemeenten.” Arbeidsmigranten worden opgeroepen problemen te melden, desnoods anoniem. Overigens zegt Vion dat de helft van zijn medewerkers kiest voor een eigen woning, dus niet via een uitzendbureau. De woningen van de bureaus voldoen aan de normen van een keurmerk. ,,De coronacrisis heeft die normen van wonen en werken verder verscherpt.”

Maar onze eigen Vion-bron beklemtoont dat er voor echte verandering nog meer nodig is. De overheid moet zorgen voor meer woningen, de consument en de supermarkt moeten meer willen betalen. ,,Dan komen we nooit meer bij de randjes uit.”

Vlees in de supermarkt. De lage prijzen dwingen de verwerkende bedrijven ertoe de kosten zo laag mogelijk te houden. © ANP

DEEL 3: DE UITZENDBUREAUS

Ze weten precies waar ze moeten zijn. De uitzendbureaus in de vleessector halen de werknemers met duizenden tegelijk uit Bulgarije, Polen en vooral Roemenië. Van de 12.000 werknemers in de vleessector zijn er 7500 arbeidsmigrant. Elke maand keren er ook weer busladingen Oost-Europeanen terug naar huis. Meestal vinden ze het werk te zwaar en knijpen ze er, direct nadat het eerste maandsalaris is gestort, tussenuit. Geen probleem, het uitzendbureau zorgt voor nieuwe aanwas. En voor onderkomen.

Want waar plannen van gemeenten voor goed onderdak voor arbeidsmigranten om de haverklap sneuvelen vanwege boze omwonenden, slagen de uitzendbureaus erin duizenden mensen onder te brengen. Autoriteiten vermoeden dat ze juist met die huisvesting het meeste geld verdienen: tien tot twintig bewoners per pand, 300 euro per maand per persoon: tel uit je winst. Al ontkent Moba Aoulad Ben Arroun, directeur van Horizon Groep (verreweg het grootste uitzendbureau in de vleessector), dat met klem. ,,Ook al heb ik de huizen voordelig gekocht, ik denk dat ik erop toeleg’’, zegt hij. ,,Als ik de keuze heb, heb ik liever dat de mensen in hun eigen huis wonen via de woningstichting. Maar die zijn er niet.”

"Oost-Europeanen worden rondge­pompt van het ene naar het andere huis"

Actievoerders bij Vion in Boxtel. © Persburo Sander van Gils

Feit is dat er bij die huisvesting lang niet altijd scherp op de regels wordt gelet. Zo wordt een ander groot uitzendbureau, Reyhan, geregeld op overtredingen betrapt, blijkt uit navraag bij gemeenten in Gelderland en Brabant. Er wonen te veel mensen in één pand of de brandveiligheid is in gevaar. Als dat na enkele hercontroles eindelijk in orde is gemaakt, begint heel de cyclus weer opnieuw bij een nieuw pand in een buurgemeente.

,,Je zou verwachten dat uitzendbureaus op een gegeven moment de regels wel kennen”, zegt Peter Knoops, leider van een actieteam dat de huisvesting van arbeidsmigranten rond Helmond controleert. Namen van betrokken uitzendbureaus wil hij niet noemen, maar hij zegt wel dat zijn team alleen al in en rond Helmond de afgelopen jaren tientallen panden sloot om onveilige situaties. ,,Ondertussen worden de Oost-Europeanen maar rondgepompt van het ene naar het volgende huis.”

Reyhan schermt op zijn website, net als veel andere uitzendbureaus in de sector, met het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Die houdt via steekproeven in de gaten dat arbeidsmigranten bijvoorbeeld genoeg ruimte en sanitair hebben en dat de panden veilig zijn. ,,Het gebeurt zelden dat het niet op orde is”, zegt SNF-voorzitter Koos Karssen over de controles. ,,Het keurmerk van Reyhan hebben we vorig jaar wel geschorst, omdat hij niet alle adressen had opgegeven. Dat keurmerk heeft het uitzendbureau sinds begin dit jaar terug.”

Intussen durven de arbeidsmigranten amper te praten over alles wat misgaat. Ze wijzen naar de coördinatoren, die elk tientallen arbeidsmigranten onder hun hoede hebben. Wie klaagt, wie kritiek heeft, wie zijn mond voorbij praat: diegene wordt aangepakt, zeggen de werknemers. Ontslag is een veel gebruikt dreigmiddel. En wie zijn baan kwijt is, moet ook onmiddellijk het huis uit.


Potige mannen

Onder arbeidsmigranten in dienst van Reyhan gaan verhalen rond over fysieke bedreiging. In april 2018 kwam daarover ook een klacht binnen bij de arbeidsinspectie: twee Roemenen in Goch kregen na onenigheid met het uitzendbureau bezoek van vier potige mannen. Het duo werd mishandeld en uit huis gegooid. De plaatselijke politie bevestigt de aangifte, maar laat ook weten dat nooit is achterhaald wie de vier vechtersbazen waren.

Reyhan wil ondanks een uitgebreide mail en diverse telefoontjes niet reageren op vragen van deze krant. Bij branchevereniging COV, waar het uitzendbureau aan verbonden is, schrikken ze van de verhalen: ,,Ik kan me haast niet voorstellen dat zoiets gebeurt, we hebben er nooit iets over gehoord”, zegt een woordvoerder. ,,Maar van dit soort verhalen vallen je schoenen uit. Het bestuur gaat onmiddellijk uitzoeken hoe dit zit, ook wat betreft de intimidatie en de angstcultuur.”

"Juist doordat er zo veel controle-instanties zijn, is het toezicht versnipperd. Dit bleek tijdens de corona-uitbraak"

Volgens marktleider Horizon is er helemaal geen sprake is van een angstcultuur. ,,In ieder geval niet bij ons’’, zegt directeur Aoulad Ben Arroun. ,,Dat kán niet.’’ Eerst reageert hij schriftelijk op onze vragen over de kritiek van werknemers, bijvoorbeeld over niet uitbetaalde uren. Volgens het bedrijf zijn er vaak misverstanden over het halfuur pauze dat niet wordt uitbetaald. Bij elkaar opgeteld is dat tien uur per maand.

Maar daarna belt Aoulad Ben Arroun nog een keer, om te reageren op de verhalen van ook Horizon-medewerkers over de angstcultuur: ,,Ik geloof écht niet dat dat bij ons speelt. Maar ik zou tegen onze mensen willen zeggen: kom naar me toe. Neem de vakbond mee of een advocaat. Maar praat met ons. Want dat is de enige manier dat we hier iets aan kunnen doen.”


DEEL 4: HET TOEZICHT

Wie houdt eigenlijk toezicht op het werk en de huisvesting van arbeidsmigranten in de vleessector? Er zijn instanties genoeg, dat staat vast. Je hebt de gemeente die toezicht houdt op de huisvesting van arbeidsmigranten. Er is de arbeidsinspectie, die toeziet op de werkomstandigheden in de slachterijen. Er zijn keuringsinstanties als de NVWA en KDS, die vooral op hygiëne en dierenwelzijn controleren. De vakbond houdt een vinger aan de pols. En dan heb je nog de veiligheidsregio, de politie, en zeker in coronatijd de lokale GGD’s.

Maar juist doordat er zo veel instanties zijn, is het toezicht flink versnipperd. Dat bleek tijdens de corona-uitbraken maar weer eens. Zo kan het dat de ene slachterij dicht moet wegens coronabesmettingen, terwijl de andere niet eens gecontroleerd wordt. Het is maar net waar de betreffende GGD besluit te controleren.

Extra desinfectiemaatregelen bij slachthuis Van Rooi Meat in Helmond. © Rob Engelaar

We gaan op bezoek bij de GGD Hart voor Brabant, die in de grootste slachterij van het land - Vion in Boxtel - controleert. In eerste instantie bleek één op de zes medewerkers besmet te zijn met corona. ,,Die eerste steekproef werd gedaan op verzoek van Vion zelf”, zegt Clementine Wijkmans van de GGD Hart voor Brabant.

En Vitelco dan, de Bossche slachterij die maar eventjes verderop ligt, en eveneens volop gebruikmaakt van arbeidsmigranten?

,,Daar zijn we niet geweest”, geeft Wijkmans toe.

Maar het kan toch zijn dat daar hetzelfde speelt?

,,Dat kan best zijn, maar iedereen heeft een eigen verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor de bedrijven zelf. Wij zijn geen onderzoeksinstituut.”

Vion in Apeldoorn werd in mei gesloten na overtreding van coronaregels. © Luciano De Graaf

Maar het is toch vreemd dat je er bij Vion bovenop zit, omdat daar toevallig een steekproef gedaan is, en andere slachterijen niet eens gecontroleerd worden?

,,Wij kunnen niet alle bedrijven monitoren. Die capaciteit hebben we niet. We zien er ook het nut niet van in. Vion heeft ons gevraagd om testen te doen.”

Ook minister Schouten heeft gezegd dat het personeel in slachthuizen getest moet worden.

,,Wij hebben dat vertaald in een risicogerichte benadering.”

Wat u nu doet is niet risicogericht, maar vraaggestuurd.

,,Het is geen oplossing om overal de thermometer in te prikken. Dat is gewoon niet onze taak. Op basis van landelijke afspraken doen we het zo. Als je het beleid wilt bediscussiëren, moet je niet bij mij zijn. Je kunt je ook afvragen: Arbeidsinspectie, waar blijf je?”

Terwijl bijvoorbeeld Duitsland het slachterijpersoneel volop test, wordt die keuze in Nederland overgelaten aan de lokale GGD en veiligheidsregio. Daardoor wordt de ene slachterij hier niet gecontroleerd, terwijl in de andere wekelijks een steekproef wordt gedaan. En terwijl in de ene veiligheidsregio een besmettingsgraad van 17 procent onder personeel genoeg is om een slachthuis tijdelijk te sluiten (zoals Van Rooi in Helmond), laat de andere Veiligheidsregio een slachterij met exact hetzelfde besmettingspercentage doorwerken (Vion in Boxtel).

De inspectie SZW (de voormalige arbeidsinspectie) gaat niet over coronatesten, maar treedt wél op, om de werkvloer veilig te houden. Er werden extra controles gehouden. Vijf slachterijen kregen te horen dat de RIVM-richtlijnen beter moeten worden nageleefd. De inspectie heeft al langer extra aandacht voor de slachthuizen en de bijbehorende uitzendbureaus. Maar de inspectie gaat weer niet over de huisvesting.


Verklaringen

Alle instanties waarmee we spreken, maken zich zorgen over de misstanden met uitzendpersoneel. Allemaal zeggen ze off the record hoe goed het is dat de krant er aandacht aan besteedt. Maar allemaal erkennen ze dat niemand het probleem écht aanpakt. Een betrokkene: ,,Tijdens controles heb je meteen door dat het niet deugt. Maar om echt door te kunnen pakken, heb je verklaringen van de arbeidsmigranten zelf nodig. En die durven niet te praten. Dat is het grote obstakel. Het verloop in de huizen is gigantisch. Maar in elk huis is wel één iemand die er al wat langer woont en lijkt geïnstrueerd door het uitzendbureau. Dat is degene die het woord voert en meteen het uitzendbureau belt als je op de stoep staat’’

Andere instanties onderschrijven dat er sprake is van intimidatie, die het lastig maakt om bewijsmateriaal te verzamelen. Een team van vakbond FNV dat zich specifiek met arbeidsmigranten bezighoudt, laat zich in de woningen van specifieke uitzenders zelfs helemaal niet meer zien, erkent Dennis Vereggen van dat team. De veiligheid van de eigen mensen kan niet worden gegarandeerd, legt hij uit. Volgens hem zijn sommige bureaus ‘niet eens malafide maar bijna crimineel’, al kan ook hij daarbij geen namen vermelden omdat de bewijzen niet hard zijn.

Roemer

Sinds twee maanden is er nóg een partij: het Aanjaagteam Arbeidsmigranten, door de overheid opgezet om de problemen met arbeidsmigranten voor eens en altijd aan te pakken. Oud-SP-leider Emile Roemer, die het team leidt, zegt de signalen in dit verhaal vrijwel allemaal te herkennen. Over intimidatie door uitzenders, die mensen zonder pardon op straat zetten. Letterlijk. Roemer: ,,Het feit dat er van de mensen die nu dak- en thuisloos zijn, veel mensen uit Oost-Europa komen: dat is ook een teken aan de wand.” Naar aanleiding van Roemers eerste aanbevelingen liet het kabinet vorige week al weten dat ‘er een landelijk samenwerkingsplatform voor toezichthouders’ komt. Dit gaat risico-analyses maken, informatie uitwisselen en preventieve acties uitzetten. Verder komt er een informatiepunt voor arbeidsmigranten in hun eigen taal en wil de regering het uitzenders onmogelijk maken mensen zomaar uit huis te zetten. De belofte is verder dat er meer woonruimte voor de arbeidsmigranten komt en dat ze beter geregistreerd worden. Maar voor de langere termijn is er toch echt meer nodig, beseft Roemer. Daar is hij nu mee bezig.

Emile Roemer, leider van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, tijdens een bezoek aan een huisvestingslocatie van arbeidsmigranten. © ANP

Vaste dienst

Dat uitzendpersoneel voor zowel werk, huis als zorgverzekering van één bureau afhankelijk is, heeft zijn sterke aandacht. De uitwassen in overvolle, slechte woningen ook. Daarnaast onderzoekt Roemer regulering om malafide uitzenders onder handen te nemen. Duitsland zette al een stevige stap. Daar moeten de vleesbedrijven hun personeel vanaf volgend jaar zelf in vaste dienst nemen. Is dat ook voor Nederland een optie? Roemer zegt er serieus naar te kijken. ,,Dat het een interessante suggestie is die nader onderzoek vraagt, is absoluut waar.”

Terug naar de boerderij bij Oss, waar één bewoner is blijven zitten om de mannen ‘from gazeta’ te woord te staan. Hij steekt nog maar een sigaret op. Zelf heeft hij vandaag tien uur staan uitbenen, vertelt hij. Zijn collega’s komen net thuis. Ze doen hun mondkapjes af en lopen zwijgend en zichtbaar afgepeigerd naar hun kamers. Het is tegen 21.00 uur, terwijl de groep om kwart voor zeven ’s ochtends is vertrokken. Een enkeling zet de magnetron aan om wat te eten, de rest gaat naar bed. Morgen roept de plicht weer vroeg.